Waar komt osteopathie vandaan?
De Amerikaanse arts Andrew Taylor Still heeft osteopathie ontwikkeld in 1874. Osteopathie staat eigenlijk voor “ziekte van beenderen”. Andrew dacht dat de oorzaak van de meeste ziektes te vinden was in verminderde mobiliteit van beenderen en gewrichten. De toenmalige medische kennis voegde hij samen met zijn eigen bevindingen en kwam tot de conclusie dat alle lichaamsweefsels een zekere mate van beweging vertonen. Hij was ervan overtuigd dat bewegings- en mobiliteitsverlies vaak de oorzaak is van veel ziekten. Bewegingsverlies kan ontstaan door een litteken na operatie, maar ook door verklevingen of stress. Bewegingsverlies heeft invloed op het hele lichaam of eigenlijk alle structuren die omliggend zijn.
Het hele lichaam wordt door bindweefsel met elkaar verbonden. Wanneer de mobiliteit van een orgaan verminderd heeft dit invloed op het omliggende bindweefsel dit werkt door naar de rest van het lichaam dus ook naar alle gewrichten.
Andrew Taylor Still ontwikkelde een zachte manier van behandelen met zijn handen waarbij de weefsels vrij worden gemaakt waardoor de beweeglijkheid toeneemt. Zo herstelde hij de oorspronkelijke beweeglijkheid. Van daaruit kan het lichaam zichzelf herstellen zodat het weer in balans komt.